Fietstocht naar bron van de Maas (2020)

11 – 21 juli

Jan Herling

Inleiding

Al geruime tijd speelde ik met de gedachte om naar de bron van de Maas te fietsen. De fietstocht langs de Elbe in mei is niet doorgegaan, vanwege niet met elkaar overeenkomende agenda’s van de vier deelnemers die ik via internet heb ontmoet. Bovendien stak de Covid-19 crisis een spaak in het wiel.

Koert, de initatiefnemer van de fietstocht langs de Elberoute, stelde voor om samen naar de bron van de Maas te fietsen. Voor mij was dat een aardig voorstel, hoewel ik Koert nog niet eens zo goed ken. Toen ik na zijn voorstel begin juli, besloot om een week later te vertrekken, kon hij echter niet mee op zo’n korte termijn. Op zich begrijpelijk, maar als de weersvoorspellingen voor half juli goed zijn, wil ik niet wachten. Bovendien, in augustus op vakantie in Frankrijk lijkt me niet zo’n goed idee. De Maasroute wordt ook wel Eurovelo 19 genoemd.

Het plan is nu om op zaterdag 11 juli te vertrekken middels een vervoer per auto door Hanneke naar Eijsden. Ik heb de laatst beschikbare kamer geboekt in hotel “Le Bonheur” in Eijsden, waar wij zullen overnachten in de nacht van zaterdag op zondag. We gaan ook een wandeling maken in de buurt van het dorpje Mersch.

Zaterdag 11 juli, per auto van Baarn naar Eijsden

Zaterdag vertrekken we al in de loop van de ochtend. Oorspronkelijk was het plan om ’s middags te vertrekken en zondagochtend een wandeling te maken in Mersch, niet ver van Eijsden. Ik zou dan zondag vanaf 12.00 uur nog voldoende tijd hebben om naar Namen te fietsen. Dit nieuwe plan is echter beter omdat we nu zaterdagmiddag kunnen wandelen en ik zondag op mijn gemak kan vertrekken. Zaterdag omstreeks 14.00 uur zijn we in Mersch voor een wandeling van 2 uur. Met bezoek aan café ’t Piepske verloopt alles vlekkeloos, er is voldoende ruimte op het terras om 1,5 meter afstand aan te houden.

Voorafgaand aan de wandeling is het goed om in Mersch een pintje te pakken

Op grote afstand zie je de Sint-Pietersberg liggen; onderweg een Christusbeeld

De wandeling is heerlijk rustig door een glooiend landschap met af en toe een vergezicht op de Sint-Pietersberg met de ENCI. We lopen over zandpaden en geasfalteerde weggetjes vlak langs en soms over de grens met België met zicht op boerderijen en bosschages. In het algemeen loop ik vrij weinig, dus dit is voor mij een goede afwisseling met fietsen.

Na afloop van de wandeling stappen we in de auto om naar hotel “Le Bonheur” in Eijsden te gaan. We hebben daar een eenvoudige kamer in de nok van het gebouw. Het hotel is volgeboekt vanwege de vele fietsers dit weekeinde. De vraag is wel of we nog ergens kunnen eten, want het is in principe noodzakelijk om je bij een restaurant van te voren aangemeld te hebben. We vinden iets als we richting de Maas lopen, want na enig wachten is er buiten een plaats voor ons op het terras.

In eetcafé Bie Meijs eten we zaterdagavond; Jan op zondagochtend in onze hotelkamer

Zondag 12 juli, Eijsden naar Namen (110 km)

 

Na een goed ontbijt met een gekookt eitje, in een authentiek ingerichte ontbijtzaal wordt het tijd voor mij om te vertrekken richting Namen.

Ik hoor toevallig dat de eigenaar van het hotel uit Rotterdam komt en omdat ik zelf ook Rotterdammer ben, vraag ik hem uit welke wijk hij komt. Hij bedoelt echter Hoogvliet, maar dat kent bijna niemand.

De elektrische fiets (Gazelle Vento uit 2018) wordt uit de auto geladen en reisklaar gemaakt. Nadat Hanneke nog een foto van me heeft gemaakt voor het hotel, vertrek ik richting de veerpont om aan de linkeroever van de Maas te komen. Het is dan 10.00 uur.

Jan staat klaar voor vertrek voor een fietstocht van 12 dagen langs de Maas
 

De overkant van de Maas is al direct typisch Belgisch met ongeplaveide en rommelige bestrating, maar het duurt niet lang of ik kom op een prachtig fietspad terecht.

De fietstocht naar de bron van de Maas is dus begonnen.

De planning is om hier 6 dagen over te doen en ook in 6 dagen terug te fietsen naar Limburg of misschien in 8 dagen terug naar Baarn.

Fiets op de veerpont naar de linkeroever; Grenspaal 47 bij de aanlegsteiger in België.
 

Ik kom al na 15 minuten bij een gigantische stuw, de stuw van Lieze. Ik film hier het vallende water met een Panasonic Lumix camera met ND-filter en zonder ND-filter. Ik ben benieuwd of daar een merkbaar verschil in zit. Video dat opgenomen wordt met 30 fps, moet een sluitertijd hebben van 1/60 sec. Omdat dit niet lukt met deze enorme hoeveelheid licht, kan een 3-stops ND-filter hier verbetering in aanbrengen.

Druk voor filmpjeKlik hier of op de foto voor video van de stuw van Lieze
 

Na het verlaten van de stuw van Lieze raak ik voor de eerste keer verdwaald. Ik kom terecht bij het Albertkanaal, hetgeen niet de bedoeling is. Dan maar weer terug. Ik moet over een lelijke brug lopend, een kanaaltje tussen Maas en Albertkanaal oversteken, hiermee aan de linkeroever van de Maas blijvend.

Terugkijkend ben ik de Pont Atlas in Luik gepasseerd; Flatgebouwen op de linkeroever in Luik
 

In Hermalle-sous-Argenteau is het ook even zoeken, maar het blijkt dat ik hier via een grote verkeersbrug het Albertkanaal moet oversteken. Vlak voor Luik steek ik via de Pont Atlas de Maas over naar de rechteroever.

Drijvende nesten op parallelwater; Fietspad door Luik
 

Als fietser wil je in principe niet door Luik gaan, maar ik had her en der gehoord dat de fietsroute er redelijk goed doorheen gaat, omdat veel autoverkeer niet meer door de stad gaat. Het valt inderdaad mee omdat er een gecombineerd fiets/wandelpad vlak langs de oever loopt.

Ik ben op de hoogte van het feit dat ik via wat kronkelwegen het spoorwegviaduct moet bereiken. Er loopt daar een fietspad naast, zodat ik dan de Maas weer over kan steken. Die route staat door Osmand ook aangegeven. Dit gebied is enorm druk met wandelaars, dus ik moet voorzichtig fietsen. In de buurt van de spoorlijn ben ik na een uur heen- en weer fietsen er echter nog niet in geslaagd om de oprit voor fietsers te vinden. Uiteindelijk fiets ik maar een stuk terug om via een andere brug, de Pont de Fragnée, de linkeroever te bereiken. (Later zal blijken dat ik wel in de buurt van een klein weggetje ben geweest dat in een lus omhoog het viaduct op gaat)

Ter hoogte van Stockay ben ik nog aan de goede kant van de N466; Bij Hermalle-sous-Huy gaat het verkeerd
 

Aangekomen op de linkeroever gaat het redelijk goed tot Ombret-Rawsa, zij het dat de route bepaald niet mooi is. Daar steek ik (helaas) foutief de N90 over waardoor ik de fietsroute verlaat en ik op een verkeerd weggetje terecht kom. Richting Tihange kom ik hier in de problemen omdat de weg is opgebroken. Naar de overkant van de weg komen gaat niet, omdat de linker en rechterweghelft met grote betonblokken van elkaar zijn gescheiden. Het is ook nog eens een drukke weg.

Door over de opgebroken vluchtstrook en met automobilisten-schrikaanjagende manoeuvres weet ik toch mijn weg te vervolgen. Bij de kernenergiecentrale van Tihange kom ik weer op de Maasroute.

 
Een drijvend café in Huy; De citadel
 

Om 15.30 uur kom ik in Huy aan. Het is er gelukkig minder druk dan in Luik. Mensen lopen zonder mondkapjes over straat en op een schip langs de kade is een druk bezocht café ingericht.

Na Huy op weg naar Namen, nog 30 km

Van Huy naar Andenne is een prettige route aangelegd, bestaande uit een rustiek gelegen fietspad pal langs de Maas. Van de vreselijke stad Andenne merk je gelukkig niets, omdat je langs de rivier blijft waar geen woonwijken zijn. Opvallend is toch wel hoe enorm vernietigend men met de ruimte langs de Maas is omgegaan.

Het is in wezen een lintvormig industriegebied dat zich over tientallen kilometers langs de Maas uitstrekt. Het is een afwisseling van steden, waterwerken, kanalen, bedrijfsterreinen, zware industrie, elektriciteitscentrales, steengroeven en sluizen.

Typisch Belgische industrie langs de Maas, hier bij de Ecluse d’Andenne
 

Van de Ecluse d’Andenne naar Namen is het nog ruim een uur fietsen.

Ik maak wat foto’s op het punt waar ik met Hanneke in 1976 ook foto’s heb gemaakt toen we op weg waren naar Moulin Jolie in het departement Creuse.

De Ecluse de la Plante met fietsen van Hanneke en Jan in 1976; E-bike in 2020
 

Ik kom omstreeks 18.15 uur aan bij mijn overnachtingsadres in Namen, mevrouw Annie Fernandé.

Het adres is onderdeel van de Vrienden op de Fiets organisatie. Zij ziet me al vanaf haar raam aankomen en wijst me waar ik moet zijn. Op aanraden van Annie ga ik eten bij een Libanees restaurant. Het restaurant ligt aan een drukke weg. Er heerst een oorverdovend lawaai van verkeer, maar geen mens stoort zich er aan, ik ook niet. De biertjes zijn erg klein, slechts 25 cl, dus ik moet er wel drie bestellen.

Het personeel draagt mondkapjes en sommige bezoekers ook. Overigens eet ik er prima. Terug op weg naar het pension ontmoet ik een man die rijdt op een huurfiets van de gemeente Namen voor € 80,- per jaar. Hij is erg blij me te ontmoeten en maakt een foto van me met de Ecluse de la Plante op de achtergrond.

Jan bij de Ecluse de la Plante

Maandag 13 juli, Namen-Monthermé (129 km)

Vanochtend heb ik een prima ontbijt, goed geslapen en omstreeks 9.00 uur vertrek ik. Annie is erg blij dat ik gisteren ben komen opdagen. De Hollanders houden zich aan hun afspraken, maar de Vlamingen reserveren vaak, zonder dat ze komen. Ze vindt dat zo frustrerend dat ze overweegt om er mee te stoppen.

De kamer waar ik geslapen heb; Mevrouw Annie Fernandé
 

Het begin van de route vanaf Namen is prachtig. Ik fiets over een goed geasfalteerd fietspad langs de Maas richting Frankrijk. Het enige probleem dat ik heb, is dat ik last krijg van zadelpijn. Ik probeer met wat kleding tussen mijn onderbroek en het zadel de pijn te verzachten, maar dat lukt niet erg goed. Kennelijk is niet de zoom van het ondergoed dat in mijn bil snijdt, de oorzaak. Toch zit er niets anders op dan door te fietsen onder verder goede omstandigheden. Tussen al het lelijks dat je onderweg in België tegen komt, zie je soms ook nog wel eens iets moois, zoals het dorpje Annevoie-Rouillon, gelegen in een grote meander van de Maas.

Fietspad bij Burnot met schip in de tuin; Zicht op Annevoie-Rouillon

Integratie klassiek en modern bouwen; Pauzeplek 5 km voor Dinant
 

Helaas wordt de route in de buurt van Dinant niet zo mooi meer. De paden bestaan soms uit steenslag of het pad houdt plotseling op. Dinant is bekend vanwege het feit dat een inwoner, genaamd Adolphe Sax, de saxofoon heeft uitgevonden in 1835. Op de Pont Charles de Gaulle wordt dit kenbaar gemaakt door middel van beelden in de vorm van saxofoons.

Kerk en citadel van Dinant met saxofoons op de brug; Vanaf de brug richting Givet
 

Na Dinant moet een paar keer de Maas worden overgestoken. Het landschap wordt steeds indrukwekkender, maar wel moet er over (mooie) autowegen gefietst worden. Vlak na Hastière-Lavaux eet ik patat met coca cola bij een friteskot. Het is dan 13.00 uur. Men is erg voorzichtig m.b.t. corona. Het kot heeft in- en uitgaande looproutes en het personeel draagt mondkapjes.

Het friteskot vlak voor Frankrijk
 

Na 5 kilometer, bij Heer-Agimont, fiets ik Frankrijk binnen. Het is nog steeds een lelijke omgeving, maar dat zal gelukkig na Givet veranderen.

Terugblik Givet met fietspad; Ruïne van het Fort Givet

Voorbij Ham-sur-Meuse gaat de route over een prachtig fietspad pal langs de Maas. De Maas lijkt hier soms erg smal, maar dat komt door een langgerekt eiland,het Grande Isle, waar de Maas voornamelijk aan de andere kant langs stroomt. Het is een erg toeristisch gebied met veel campings, wandelaars en watersportliefhebbers. Een opmerkelijke eigenschap van de route wordt gevormd door de sterke meandering van de Maas.

Brug naar Grande Isle in de Maas langs mooi fietspad; Gemeentehuis Haybes
 

Na Fumay wordt de route prachtig omdat hij door de heuvels gaat en langs een spoorlijn loopt. Hier wordt hij de Voie verte des Ardennes genoemd. Revin ligt in een grote meander. Het spoor snijdt deze meander af en ook de fietsroute wordt verkort door deze door een oude scheepstunnel te laten lopen. Deze tunnel met sluis is voor de pleziervaart nog in gebruik. Na de tunnel blijft het een mooie weg, die echter ook door auto’s gebruikt mag worden. Ik passeer een man, vrouw en ezel die wandelend op weg zijn naar Rome. Het is een mooi gezicht. Ik zou moeten stoppen om het te filmen, maar doe het toch maar niet, omdat ik denk dat die mensen dat om de haverklap meemaken.

Eglise St.Georges in Fumay; Scheepstunnel in Revin

In de scheepstunnel; Vangst van een meerval

Klik om filmpje af te spelen
 

Wat later zie ik twee rubberbootjes met vissers aan de overkant. Omdat er kennelijk wat aan de haak geslagen is stop ik daar om te kijken. Omdat ik daar gestopt ben, stoppen er even later nog twee fietsers. Dan nog wat mensen en een vreselijke dieselende automobilist. Het duurt wel een half uur, maar dan hebben de vissers een meerval (silure) aan land kunnen krijgen. De fietser helpt mee om foto’s te maken en ik sta natuurlijk te filmen.

Daarna fiets ik nog wat terug om te zien of ik de ezelgangers nog kan filmen. Ze zijn inmiddels hun tent aan het opzetten op een grasveld en de ezel staat lekker te grazen. In Frankrijk mag je overal kamperen, zolang het maar voor één overnachting is. De mensen zijn in Arras begonnen met hun wandeling en willen over zes maanden in Rome aankomen.

Daarna is het tijd om Jos v.d. Bogaardt te bezoeken. Ik had thuis wel gezien dat hij ruim voor Monthermé woonde, tegenover het plaatsje Deville. In de Vrienden op de Fiets app geven de GPS coördinaten echter het centrum van Monthermé aan, dus dat volg ik dan maar. Daar aangekomen kan ik niets vinden. Na telefonisch kontakt met Jos blijkt dat ik weer 4 km terug moet fietsen. De GPS coördinaten op de website zijn fout, iets waar Jos van op de hoogte is…..

Overnachting bij Jos in Monthermé met Deville op achtergrond; Zitkamer en keuken
 

Gelukkig kan ik met Jos mee-eten. Het onderkomen is erg primitief maar wel ruim. Ik krijg een kamer op de eerste verdieping met glazen deuren met wat lappen er voor t.b.v. wat beperkte privacy.

Ik eet heerlijke soep en een maaltijd bestaande uit gegrilleerde aardappelpuree met sla. Jos is een uitgebreide prater en ik krijg veel interessante dingen in en om het huis te zien. Het voldoende drinken is wel lastig, want er zijn slechts een paar kleine biertjes en drinkwater is schaars omdat het gefilterd moet worden. Douche en toilet zijn bereikbaar vanaf de kamer door de trap naar beneden te nemen en dan via de keuken en zitkamer naar de badkamer.

Dinsdag 14 juli, Monthermé naar Dun-sur-Meuse (100 km)

 

Vanochtend ga ik met Jos in de boot naar Deville. We moeten halsbrekende toeren uithalen om van straatniveau af te dalen naar het bootje in de Maas. Daarna aan de overkant naar de bakker en bij het station gekeken. Jos weet veel te vertellen over de ijzerindustrie in het verleden.

Er was hier een fabriekje dat alle klinknagels voor de Eiffeltoren heeft geproduceerd. Als we terug zijn, reken ik 41 Euro af met Jos en stap ik omstreeks 10.00 uur op de fiets, richting Dun-sur-Meuse. In Dun-sur-Meuse heb ik ook een overnachting geboekt bij “Vrienden op de Fiets”.

Bij de sluis van Joigny-sur-Meuse staat een grappige fiets opgesteld
 

De grote stad Charleville-Mézières ligt op de route. Ik heb geen zin om daar door te fietsen, bovendien ligt het in een enorme meander van de Maas. Ik besluit derhalve om na Nouzonville een stuk van de Maasroute af te snijden via Aiglemont en Saint-Laurent.

Helaas betekent dit wel dat ik stevig moet klimmen en ik kom in Aiglemont (arendsberg) zelfs ten val. Er vallen wat spullen uit de stuurtas, en ik beschadig een vinger en elleboog. Mijn smartphone met navigatie gedraagt zich daarna ook vreemd, dus het kan zijn dat die defect is geraakt. Het pleintje waar ik gevallen ben beschikt over een waterreservoir met stromend water (non-potable), dus ik kan mijn verwondingen schoon maken en een pleister op mijn vinger doen. Na het opnieuw opstarten van mijn smartphone doet deze het ook weer. Met de fiets is gelukkig niets aan de hand.

Herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog zijn hier genoeg
 

Na een steile afdaling bereik ik de Maasroute weer in Romery. Ik moet nog door de stad Sedan, maar dit gaat onverwacht goed, omdat er een mooie route door de buitenwijken van de stad gaat. Vervolgens kom ik door een gebied waar in de 1e wereldoorlog zwaar gevochten is. Het monument waar ik langs kom is echter ter nagedachtenis aan een aantal gesneuvelde infanteristen in mei 1940.

Dun-sur-Meuse is bij mij bekend als de plaats waar Hanneke en ik de fietsroute “Langs Oude Wegen” zijn begonnen in 1994. Het door mij geboekte overnachtingsadres in Dun ziet er aan de buitenkant nogal vervallen uit. Ik arriveer er om 17.00 uur en er staan op dat moment nog twee fietsers te wachten. Er moet telefonisch kontakt gelegd worden om de beheerder aan de deur te krijgen. Deze mensen kamperen normaal gesproken, maar hebben daar nu geen zin in. Ze hebben niet gereserveerd, maar er is nog plaats.

De beheerder is een zwaar gebouwd persoon met de naam Joost. Bij hem heb ik via “Vrienden op de Fiets” gereserveerd. Ik krijg een bijzonder mooie kamer. Er is een groot douchecomplex op de gang met een dubbele douche dus alles is prima. Natuurlijk wordt er eerst bier gedronken op het terras, samen met de andere twee gasten. We kunnen ’s avonds ook mee-eten. Het avondeten is geweldig. Er zijn ook nog twee Belgische gasten bij die iets doen met motorrijden, ze noemen dat “endura”. We zitten met zijn 8-en aan tafel, heel gezellig. Aardappelen met een schotel van witlof met spekjes in een saus en varkenscoteletten. Met ijs toe is het allemaal prima.

Vrienden op de Fiets bij Joost in Dun-sur-Meuse; Uitzicht vanuit kamer

Woensdag 15 juli, Dun-sur-Meuse naar Vaucouleurs (136 km)

In verband met de beschikbaarheid van overnachtingsadressen en het feit dat ik gepland heb om donderdag aan het eind van de ochtend bij de bron te zijn, heb ik een hotelkamer geboekt in Vaucouleurs. De afstand is weliswaar 115 km maar met zuinig gebruik van de accu moet het kunnen. Ik fiets dus alles in de eco-stand en om 11.15 uur bereik ik Verdun. Het is niet zo’n grote stad en de doorgang ziet er veelbelovend uit. Helaas blijkt de route bij een sluis (Allée de Chanteraine) afgesloten. Er omheen fietsen lukt me niet omdat ik stuit op een steile trap naar beneden. Ik ben daarna niet zo slim bezig en moet een hele omweg maken over grote wegen om pas bij Ancemont weer op de route te komen. Ik vermoed dat dit een omweg van 10 km heeft betekend. Ik fiets daarna door een verzengend heet landschap. Het gebied tussen Ancemont en Saint-Mihiel is erg indrukwekkend door het weidse boomloze landschap, de gele kleuren en de grote hitte.

Binnenkomst Verdun; Uitgestrekte graanvelden na Saint-Mihiel

Idyllische beelden van de Maas bij Sorcy-Saint-Martin
 

Omstreeks 16.30 uur ben ik bij Sorcy-Saint-Martin en zie ik een prachtige Maas zich door een vlak landschap slingeren. Vanaf een bruggetje kan ik foto’s in beide richtingen maken. Het is duidelijk dat de bron van de Maas niet ver weg meer is.

Na Sorcy-Saint-Martin blijkt de weg naar Vaucouleurs afgesloten te zijn. Dat is nogal een tegenvaller omdat ik nog maar voor 10 km accu-energie heb, hetgeen te weinig is om nog een omweg te kunnen maken. Ik besluit om toch maar door te rijden. Als de reden maar niet is dat er een brug buiten gebruik is, dan zal het wel meevallen. Inderdaad zie ik onderweg dat het werkzaamheden aan de berm van de weg zijn. Zo kom ik dus na 125 km toch bij het hotel a Lor’n in Vaucouleurs aan. Zoals ik al ergens had gelezen is het hotel vergane glorie, maar er is wel een aardige eigenaar. De eigenaar staat buiten te wachten als ik aankom, ik ben de enige gast vandaag. Hij raadt me aan om bij een brasserie in de buurt te gaan eten. Hij maakt een beweging aan zijn wang, ik denk dat hij bedoelt dat er kalfsvlees geserveerd wordt.

Na het douchen ga ik zo snel mogelijk naar de brasserie voor bier en eten. Er is buiten een tafel bezet met 4 stamgasten. Ik word bediend aan een andere tafel. Het eten is nogal onsmakelijk, het is pasta met wat brokken rundvlees. De andere gasten vinden het wel leuk om een foto van me te maken. Ja, op dat moment heb ik toch maar wat extra te eten besteld, nl. iets pizza-achtigs maar ook niet geweldig. Ondertussen ben ik met mijn gedachten bij het plannen van mijn fietstocht de volgende dag (donderdag).

 Ik doe me tegoed aan mijn tweede glas bier dat me beter smaakt dan het eten

Hotel LOR’N (vroeger De la Poste); Oorlogsmonument (ook zichtbaar vanuit mijn kamer)

Donderdag 16 juli, Vaucouleurs naar Mirecourt (88 km)

Richting centrum van Vaucouleurs; Standbeeld van Jeanne d’Arc voor het stadhuis

Ik betaal het hotel chartaal, iets waar de eigenaar geen raad mee weet. Hij heeft geen wisselgeld, dus dat laat ik maar zitten.

Mijn plannen zijn nog onduidelijk. Ik kan niet vanmiddag de bron bereiken en dan nog 50 km fietsen naar de gereserveerde Vrienden op de Fiets-locatie in Serocourt. Die plek had ik eigenlijk niet moeten reserveren omdat het nog verder naar het zuiden is dan de bron. Ik besluit om de zaak om te draaien en eerst naar Serocourt te fietsen en vrijdag naar de bron. Dat is nog steeds wel ver weg, maar wel directer. Ik ga nog even naar het centrum om het standbeeld van Jeanne d’Arc te bekijken en keer dan weer, om zuidwaarts te gaan fietsen.

Over een brede, maar rustige weg ga ik zuidwaarts. Bij Maxey-sur-Vaise verlaat ik de Maasroute om naar het zuid-oosten te fietsen. Osmand heeft een route berekend die al snel langs een voormalige spoorlijn gaat, de lijn van Bologne naar Pagny-sur-Meuse. Ik moet zelfs lopend door een voormalig spoortunneltje. In Sauvigny begint het licht te regenen. Daarna moet ik over een karrespoor verder richting Clérey-la-Côte, een boerendorpje. Hoewel Osmand geen onverharde wegen hoort aan te geven, heeft hij dat hier wel gedaan. Ik moet een half uur lopen omdat de “chemin rural” niet fietsbaar is. Via steile afdalingen en in de regen besluit ik te gaan schuilen in een boerenopslagplaats langs de kant van de D29. Het is inmiddels 12.30 uur geworden en ik moet nog 90 km naar Serocourt.

Point of no return, schuilen voor de regen, toch maar niet naar Serocourt
 

Ik heb zadelpijn, moet nog 90 km naar een plek waar ik eigenlijk niet wil zijn, het regent en het is al 12.30 uur. Ik besluit om naar mijn gastadres, waar ik in een De Waard-tent zou overnachten op te bellen dat ik niet kom. Na twee belpogingen stuur ik een e-mail met het annuleringsbericht.

Hierna valt er een last van mijn schouders en ben ik weer vrij om een nieuwe en kortere route te bepalen!

Maar hoe nu verder ?

Ik besluit om het geplande doel (de bron) vaarwel te zeggen en min of meer richting thuis te gaan. Ik zou via Vittel kunnen gaan, dat is niet te ver weg. Vrijdag kan ik dan noordwaarts gaan om via “Langs Groene Wegen” naar huis te fietsen. Toch ga ik niet richting Vittel, ik begin maar eens met het naar het oosten fietsen en kom omstreeks 14.00 uur in Chatenois aan.

Vergezicht op Chatenois

In Chatenois lunch ik op een bankje op een groot plein en raadpleeg ik Osmand om te onderzoeken of ik vandaag al op de Groene Weg kan komen. Dit blijkt inderdaad mogelijk omdat Charmes vanmiddag nog bereikbaar is.

Landbouwgebieden met haver en koolzaad; Het plaatsje Poussay vlak voor Mirecourt

Als ik door Poussay kom bedenk ik me dat ik wel in Mirecourt kan overnachten, dus daar bezoek ik het toeristenbureau. Een dame met mondkapje weet alleen een hotel in Mirecourt te bedenken, waar ze me telefonisch weet aan te kondigen. Het hotel had ik op de heenweg al zien liggen, hotel Le Luth.

Als ik bij hotel Le Luth aankom, wordt me direct kenbaar gemaakt dat ik alleen met een mondkapje naar binnen mag. De fiets kan binnen bij de receptie gestald worden en ik krijg een mooie kamer. Het restaurant is ook bijzonder. Bij binnenkomst is het verplicht om de handen te ontsmetten en een mondkapje te dragen. Het voorgerecht is in de vorm van een buffet, waar niet meer dan twee personen tegelijk aanwezig mogen zijn.

Vrijdag 17 juli, Mirecourt naar Delme (100 km)

Ik betaal ’s ochtends 115 Euro en vertrek omstreeks 9.00 uur richting Charmes om daar op de Groene Weg te komen.

Hier kom ik op de Groene Weg, komend van rechts; Er staat ook een paard
 

De sfeer van de route is goed herkenbaar uit de tijd dat Hanneke en ik hem zuidwaarts hebben gefietst. Een groen gebied met afwisseling van kleinschalige boerenbedrijven en bosschages. Een zwaar bepakte Belgische fietser komt me tegemoet en heeft duidelijk moeite om vooruit te komen. Op mijn vraag waarom hij eigenlijk kampeert, antwoordt hij dat hij daar van houdt. Dat is om meerdere redenen best begrijpelijk. Je bent nog langer in de buitenlucht, hoeft niet te reserveren en het is veel goedkoper dan hotels. Mijn fietsvakanties zijn altijd erg duur, omdat je voor een eenpersoons hotelkamer evenveel betaalt als voor een tweepersoonskamer. Per fietsdag moet je rekenen op gemiddeld € 100,-. Met kamperen en zelf koken kom je uit op slechts € 25,-.

Omstreeks 13.00 uur kom ik in Lunéville aan. In mijn herinnering was er een mooi groot plein met tuinen en een kasteel. Het plein blijkt echter een doorgaande weg te zijn met een grote parkeerplaats. Aan de andere kant een terrein met het kasteel, met daarvoor een grote zwart geasfalteerde vlakte met een standbeeld van generaal Lasalle in het midden. Verderop het kasteel en daarachter de in Franse stijl aangelegde tuinen.

Général Lasalle voor het kasteel in Lunéville; De tuinen van het kasteel

Op een bankje aan de kant van het terrein kan ik mijn lunch nuttigen. Vervolgens ga ik door richting Chateau-Salins. Ik heb geen overnachting geboekt en ga er vanuit dat dat nog wel zal lukken. Om 15.45 uur ariveer ik bij het hotel “Au Bon Accueil” waar Hanneke en ik in 2000 gelogeerd hebben. De accu van de fiets is bijna leeg, dus ik moet hier wel overnachting zien te vinden.

Een voorbijganger vertelt me dat het hotel al 10 jaar te koop staat en dat het sinds een jaar is gesloten. Geen goed nieuws dus.

Hotel Restaurant “Au Bon Accueil”; Deze jongemannen brengen me naar Delme

Ik ga maar eens naar een café wat bier drinken om na te denken wat de alternatieve mogelijkheden zijn. Probleem is natuurlijk weer de lege accu waardoor ik niet meer verder kan. De uitbaatster van het café staat me schoorvoetend toe om de accu bij haar op te laden. Ze is bezorgd om de stroomkosten en weet natuurlijk niet dat het maar om 5 Eurocent gaat (0,25 kWh). Buiten zitten twee jongemannen zuinig aan een biertje te nippen, dus ik bied ze elk een biertje aan. Zo komt het gesprek op gang en na een half uur ontwikkelen ze het idee om me naar Delme te brengen, waar ik inmiddels via mijn Ipad hotel “A La Douze” in Delme heb geboekt. Delme ligt op 25 km afstand per fiets, dus dat haal ik wel na 2 uur laden van de accu, maar dit is ook wel aardig. Als ik na het afrekenen weer buiten kom, staat de fiets met bepakking en al in de de VW cabrio. Het is een goed bedoelde handeling, maar ik was er liever zelf bij geweest. Er gaan nogal wat kabels vanaf het stuur naar achteren op de fiets en een beschadigde stuurkabel betekent dat ik niet meer verder kan. Het voorwiel staat helemaal omgeklapt in de auto, maar ook vraag ik me af of de bekleding van de auto niet beschadigd wordt. Alles gaat nu snel richting Delme, ter plaatse wordt de fiets snel uitgeladen en vertrekken de jongemannen weer.

Het ontbijtbuffet; Hotel restaurant A La Douze

Ook hier zijn mondkapjes verplicht. Ik krijg een mooie kamer. Als ik onder de douche sta merk ik tot mijn verbazing dat ik een teek op mijn borst heb. Ik schrik behoorlijk en probeer de teek met een tekentang te verwijderen. Deze tang is echter veel te grof voor de zeer kleine teek van nog geen 1 mm groot. Na een half uur knoeien voor de spiegel, weet ik de teek met een mes te verwijderen. Groot probleem was dat ik de teek alleen via de spiegel kon zien en dan worden de handelingen die je moet verrichten heel moeilijk uit te voeren.

Het restaurant is heel bijzonder. Men heeft slechts één biermerk van een lokale brouwerij. Ik eet er baars (perche) uit de Moezel en een bijzonder nagerecht van een vrucht in een glazen potje met (soort van) poedersuiker. De borden zijn bijzonder mooi opgemaakt en alle smaken zijn in balans. Er lopen wel tien koks in de keuken rond. Ook door het publiek dat bestaat uit goed geklede mensen, o.a. een echtpaar met drie kinderen, twee (zwarte) adoptiekinderen en een kinderoppas, vermoed ik dat dit een hoog geclassificeerd restaurant is.

Zaterdag 18 juli, Delme naar Cattenom (100 km)

Hanneke op de Groene Weg bij Arriance in 2000; De Groene Weg in 2020

Gisteren (vrijdag) is een heel bijzondere dag geweest. Vervolg over de “Groene Weg”, met lege accu in Chateu-Salins aankomen, per auto 15 km verder naar Delme gebracht, een teek ontdekt en verwijderd en bijzonder chique gegeten. In Chateau-Salins had ik aan de jongemannen nog de betekenis van “A La Douze” gevraagd. Ze hadden het over “borne” hetgeen grenspaal betekent, maar het is me niet duidelijk geworden. Ik vermoed dat op die plek ooit grensgevechten met Duitsland zijn geweest. Ik vertrek zaterdagochtend door een prachtig landschap richting Oron om dan iets verder weer op de Groene Weg te komen. In Lucy ben ik in 2000 door een hond aangevallen, dus daar maak ik nog een foto. Ik verwacht ook een spoorlijn die vanuit Arriance zichtbaar is, maar er zijn meerdere spoorlijnen. De vierde overgang leidt me naar Arriance waar ik diverse foto’s maak.

Ik heb een overnachting geboekt in “Le Clos du Verger” in Cattenom. Het is de eerste keer dat er bij boeking al via creditkaart betaald wordt. De weg er naar toe is prachtig, ik krijg weer uitzicht op de Cité des Officiers, maar kom er niet langs.

Bij aankomst bij het adres, omstreeks 16.00 uur, wordt mij wat te drinken aangeboden, hetgeen zeer welkom is.
’s Avonds weet ik nog een plek te bemachtigen in restaurant Du Bac aan de Moezel.

Zondag 19 juli, Cattenom naar Esch-sur-Sure (110 km)

Ik vertrek zondag na een uitstekend ontbijt, waarbij ook een jong Nederlands stel met baby aanzit. Het doel voor vandaag is Esch-sur-Sure. Deze beslissing is weer moeilijk tot stand gekomen. Ik wil niet door België, in Duitsland liggen geen geschikte hotels of het zijn hotels met slechte recensies. Dus toch maar door Luxemburg, zelfs Luxemburg-stad. Nog voordat ik Luxemburg binnenfiets, kom ik nog door het mooie stadje Rodemack, door de inwoners ook wel petit Carcassonne genoemd.

Op weg naar Luxemburg kom ik langs Rodemack; De wasplaats in Rodemack

Terugblik vlak voor Luxemburg; Fietspad na de stad, op weg naar Ettelbrück

De stad Luxemburg is niet ver en ik ben erg onder de indruk van de prachtige route die zich in het zuiden openbaart. Ik fiets over fiets-en wandelpaden langs de Alzette richting centrum. Het is een prachtige route door een park, met voornamelijk fietsers en wandelaars, maar dat is in het centrum natuurlijk afgelopen. Ik fiets wel enigszins verkeerd door de stad en moet af en toe ook lopen vanweg de drukte. Toch duurt de drukte nog geen uur en ik kom daarna op een prachtige fietsroute richting Ettelbrück. De route is zeer goed aangegeven middels bordjes langs de weg.

Brug over de Sure; Richting Diekirch is niet goed, dus omkeren

Een lastige beslissing is weer of ik langs de Sure naar Esch zal gaan of dat ik een stuk zal afsnijden. Ik wil ook niet via Diekirch fietsen, dus als dat toch dreigt te gebeuren, keer ik weer om. Ik rij verder weer een heel stuk verkeerd en besluit om langs de Sure te gaan fietsen, dan zal ik ook langs Michelau en Bourscheid komen. Als zich een grote Meander van de Sure aandient, maak ik de fout om de weg naar Michelau te willen afsnijden. Ik steek de Sure over en kom na een steile klim in Burden. Van daar ontaardt de weg naar Michelau in een olifantenpad steil naar beneden. Ondanks de aanbeveling van Osmand doe ik dat toch maar niet. Ik heb daar in 2018 in Tsjechië slechte ervaringen mee opgedaan. Osmand geeft soms voor fietsen ongeschikte routes aan. Ik stop nu met pionieren en neem de gemakkelijkste route naar Esch-sur-Sure. Hemelsbreed ben ik niet ver van Bourscheid, dat ik goed kan zien liggen. In 2019 ben ik met Hanneke, Conny en Harry 5 dagen in Bourscheid geweest.

Vlak voor Esch is er een enorme afdaling om in het stadje te komen. Bij het hotel aangekomen blijk ik in een dependance te worden ondergebracht. Het duurt een half uur voordat ik die gevonden heb, maar de kamer is overigens wel in orde. De fiets kan in een garage gestald worden. Ik drink bier op een balkon met zicht op het voorplein.

Na wat ontberingen ben ik op een hoogvlakte aangekomen; Dependance van mijn hotel in Esch-sur-Sure

Maandag 20 juli, Esch-sur Sure naar Nidrum

Tunnel in de Wiltz route; Fietspad van deze route met teken waarschuwing

De volgende dag, maandagochtend reken ik af, waarbij men een biertje teveel in rekening brengt. Na mijn protest wordt dat gecorrigeerd. Vervolgens moet ik uit de diepte van Esch omhoog zien te komen. Ik wil de Groene Weg weer zien te vinden. Hoe ik ook fiets, omhoog zal ik in eerste instantie toch wel moeten, dus dat betekent drie kwartier steil omhoog lopen. Bij Schleif zou ik weer op de Groene Weg kunnen komen, maar hier blijkt inmiddels een tracé te bestaan over een voormalige spoorlijn, “Piste cyclable de la Wiltz”. Ik volg dit tracé enkele kilometers tot Niederwampach. In Oberwampach verlaat ik de Groene Weg weer, omdat deze naar Maastricht gaat en ik heb besloten om de Vennbahn van Troisvierges naar Aken te nemen.

Troivierges, steil begin van de Vennbahn; Terugblik op het station

Bekende plek langs de Vennbahn bij Weismes met moes- en plantentuintjes
 

De overnachting is via booking geregeld in hotel “Lindenhof” in Weywertz pal langs de route. Het was de laatste kamer die beschikbaar was, dus prima.

De Vennbahn is mij inmiddels wel bekend omdat ik hem in 2019 in omgekeerde richting heb gefietst. Het verschil is nu dat ik grote delen afleg met de helling naar beneden. Ik hoef heel vaak niet mee te trappen en blijf rond de 20 km/uur fietsen. Ik wil zeker niet te snel fietsen, omdat ik zuinig moet zijn met de energie in de accu i.v.m. de grote afstand vandaag. Helaas raakt de accu toch leeg bij Waimes. Ik moet dan nog 7 km, hetgeen niet goed te doen is omdat het fietsen dan erg zwaar blijkt te gaan. Ik besluit het plaatsje in te gaan en stop bij een ijssalon waar wel iemand aanwezig is, maar die gesloten is voor klanten.

De mevrouw wil me graag helpen, ze moet even weg maar ik kan de accu wel bijladen. Ik sluit hem aan en ga met een biertje buiten zitten wachten. Na een uur is ze terug en kan ik weer verder. In Eco-stand is er weer 20 km actieradius, dus ik kan rustig in de tourstand verder gaan.

Hier kreeg ik hulp om de accu bij te laden
 

Zo kom ik na wat zoekwerk in Weywertz toch uit bij hotel Lindenhof met een bijna lege accu. Het ziet er prachtig uit, het terras zit vol mensen en de eigenaar ziet mij aankomen en vraagt of ik alleen ben. Op mijn bevestiging zegt hij dat er geen kamer voor me is omdat hij een fout heeft gemaakt.

Ik blijf bewonderenswaardig kalm. Hij zegt dat hij een ander hotel heeft geregeld, een vlakke route van 2  á 3 km. Ik vertrouw niet op de afstand en de accu, dus ga de accu opladen in de garage. Ondertussen drink ik een biertje op het terras. Betaling van de andere hotelkamer moet bij de uitbater van de Lindenhof. Dat kan alleen chartaal, als ik geen geld heb kan ik pinnen bij een bank iets verderop. Nou ja, ik heb wel geld. Na een half uur ga ik naar binnen om te betalen, hij laat me nog zien dat hij me heeft geprobeerd te bereiken. Ja, mijn vastelijnnummer in Baarn staat op een briefje, dus hij heeft wel zijn best gedaan.

Ik vertrek richting Nidrum. Het is een lastig traject, minimaal 7 km stijgen en dalen. Precies voor het hotel “Zum Fruhling” stopt de fiets omdat de accu weer leeg is. Er is een groot feest aan de gang met tientallen gasten in de tuin. De eigenaresse laat me enkele kamers zien en raadt me aan om, i.v.m. het feestgedruis een kamer aan de voorkant te nemen. Het is een ouderwetse kamer met een zeer moderne badkamer en een zeer snelle wifi. Ik besluit om in het restaurant te gaan eten. Dit is niet handig, want men kan i.v.m. het feest, de bestellingen niet aan. Ik moet een uur wachten op mijn soep en biefstuk. Ik vraag daarna de rekening en omdat de barbediende zegt dat dat prima met kaart kan, doe ik dat met mijn bankpas. Op het moment dat de terminal een foutmelding geeft, vraag ik mijn bankrekening op en zie dat het bedrag is afgeschreven, dus moet het toch gelukt zijn. De man begrijpt er niets van, maar begrijpt ook dat ik het niet nog een keer aan de bar met het pinapparaat wil proberen. Als de eigenaresse zich er mee bemoeit, kan ik nog steeds hetzelfde scherm op mijn smartphone laten zien, omdat ik vergeten was om uit te loggen.

Dinsdag 21 juli Nidrum naar Baarn

 

Vanwege dat hele gedoe met overnachting en eten wil ik niets liever dan zo snel mogelijk naar huis. Enkele “Vrienden op de Fiets”locaties in Limburg geven ook aan bezet te zijn, dus ik heb er eigenlijk wel genoeg van.

Ik sta op om 7 uur en heb om 7.45 al mijn spullen gepakt, maar er is niemand beneden voor het ontbijt. Het zou vervelend zijn als ik ook nog zou moeten wachten op wat leven in de brouwerij want ik wil zo snel mogelijk weg. Tegen achten komt de eigenaresse aan met brood en maakt snel een ontbijt voor me klaar. Om 8.15 uur vertrek ik, tegelijk met een tractor aan de overkant van de weg die dezelfde kant op moet. Ik had de route naar de Vennbahn al uitgezocht en na 7 km kom ik tot mijn verassing aan bij Sourbrodt. Ik weet dat de afstand Monschau-Heerlen 70 km is. Ik hoef nu echter niet door Monschau en de route is vlak of gaat alleen maar naar beneden, dus dat gaat wel lukken. In Nederland is het traject Den Bosch-Utrecht afgesloten, dus moet ik over Roermond-Nijmegen-Arnhem. Ik haal zowaar net de trein van 13.18 uur van Heerlen naar Roermond en verder gaat dit gelukkig vlekkeloos. Zelfs geen kaartcontroles onderweg. Ik reis op mijn laatste vrijreizen krediet, omdat mijn abonnement is afgelopen. Een fietskaartje kopen lukte me echter niet. De automaat kon dat niet leveren. I.v.m. corona moet tegenwoordig via internet gereserveerd wordenen, met aangeven van de trajecten en de tijdstippen. Dat is dus niet te doen. Om 16.00 stap ik in Driebergen uit om van daar naar Baarn te fietsen.

Daarna is het heerlijk om omstreeks 17.30 uur weer thuis te zijn en aan het bier te kunnen. Hanneke is in de buurt van Eerbeek om afscheid te nemen van appartement Palisium, dat per 31 juli verkocht is.

Zo, dat zit er weer op, gelukkig weer thuis

Epiloog

Hoe kijk nu op deze 11-daagse fietstocht terug ?

In de eerste plaats wil ik zeggen dat ik er geen spijt van heb om deze tocht gemaakt te hebben. De bron van de Maas heb ik niet bereikt, maar ik heb voldoende van de route gezien. Ik heb leuke ervaringen gehad en vooral op het laatst heel vervelende ervaringen maar die horen er soms bij.

Ik heb de volgende ervaringen:

Vrienden op de Fiets is een prima formule voor als je alleen reist. De keerzijde is echter dat het voor de gastheer/vrouw minder interessant is, omdat ze i.p.v. € 45,- voor een stel, slechts € 22,50 ontvangen. Voor zo’n bedrag een bed verschonen, badkamer schoonmaken, ontbijt verzorgen kan alleen met een idealistische instelling. In Frankrijk zijn niet veel adressen dus dat maakt het moeilijk om op basis daarvan dagafstanden te plannen. Hotels hebben dat probleem niet, omdat ze voor één persoon meestal even veel rekenen als voor twee personen. Bovendien hebben ze meestal meerdere kamers vrij, zodat een bezette kamer altijd beter is dan een lege kamer. Bij “Vrienden op de Fiets” is er vaak maar één kamer.

De overboekte kamer in hotel Lindenhof in Weywertz was een grote afknapper.

Ik vermoed, maar weet het dus niet zeker, dat op maandag 20 juli hotel Lindenhof bij de overboeking moest kiezen wie hij zou afwijzen. Begrijpelijk dat de eigenaar aan een tweepersoonsstel de voorkeur geeft voor een kamer. Bij een stel heeft het restaurant waarschijnlijk ook een extra klant en dat betekent veel in een tijd dat de horeca het zwaar heeft. In coranatijd is een eenpersoonstafel in het restaurant ook niet handig i.v.m. afstandsregels. Voor de hotelfunctie maakt het weinig uit omdat de kamerprijs voor één persoon hetzelfde is als voor twee personen.

Ik had wel wat ruimer gecompenseerd mogen worden voor de problemen waar ik mee werd opgezadeld, maar mijn ervaring met hotels is, dat ze nooit financieel compenseren. Ze kennen alleen excuses. Al met al was het erg zuur voor me, vooral omdat ik onderweg zo mooi mijn accu had kunnen bijladen en het hotel daardoor nog net kon bereiken.

België

Het deel van de route door België is me erg tegengevallen. De route is goed bewegwijzerd, maar ik ben in Luik behoorlijk verdwaald. Ook is België een erg dicht bevolkt land, het viel me op dat je overal mensen ziet. De ruimtelijke ordening is dusdanig dat het een heel lelijk gebied is langs de Maas. De Maas is eigenlijk een wingewest dat volop gebruik maakt van de mogelijkheden om er steden, fabrieken, stuwen, sluizen, steengroeven, zware industrie, electriciteitscentrales, hoogspanningsmasten, enz neer te zetten. Er zijn slechts enkele stukken schijnbaar ongerept, mits je je niet te ver van het fietspad verwijdert. Ook waren er delen van de route die over een brede asfaltweg gingen.

Kortom de Maasroute door België: nooit meer.

Frankrijk

Dit land heeft zoveel meer ruimte dat het een verademing is om daar te fietsen. De fietspaden van de Maasroute zijn er van goede kwaliteit. Charleville-Mézière heb ik omzeild. Sedan ging erg goed omdat de route door een buitenwijk ging. Verdun is rampzalig verlopen, omdat een deel van de route was afgesloten. Ik heb geen goed alternatief kunnen vinden en moest 10 km omrijden over autowegen. Ik moet er bij zeggen dat dit ook mijn eigen schuld is. Ik had meer tijd moeten besteden aan het bestuderen van de kaart om een korte omweg te kunnen vinden.

De bron van de Maas heb ik niet bereikt. Ik had eigenlijk nog wel door moeten fietsen tot Chateauneuf. Daarna versmalt de Maas tot steeds kleinere stroompjes.

 

Toelichting op wegwijzers

De routebordjes langs de kant van de weg waren voor mij wat moeilijk te interpreteren. Als voorbeeld een bord bij het verlaten van Huy.

Het Ravelbord heeft een nummer 6, nummer 3 en nummer 19.
Ravel = Reseau Autonome des Voies Lentes
Nummer 6 (wit op bruin): Regionale fietsroute W6, “Au fil de l’eau”, 164 km (Chaudfontaine naar Erquilinnes)
Nummer 3: Euroveloroute 3, Véloroute des Pelerins, 210 km (Aken-Maubeuge)
Nummer 19: Euroveloroute 19, Internationale Maasroute, 1050 km (Hoek van Holland-Bron v.d. Maas)

Nog een voorbeeld:

Het Ravelbord heeft een nummer 5, nummer 5 en nummer 19.
Ravel = Reseau Autonome des Voies Lentes
Nummer 5 (wit op bruin): Regionale fietsroute W5, “d’une vallée á l’autre”, 91 km (Chaudfontaine naar Erquilinnes)
Nummer 5: Euroveloroute 5, Via Romea Francigena, 305 km (Lille-Martelange)
Nummer 19: Euroveloroute 19, Internationale Maasroute, 1050 km (Hoek van Holland-Bron v.d. Maas)
 
Fietstocht positieve ervaringen:
  1. Door Hanneke gebracht worden naar Eijsden in combinatie met een mooie wandeling
  2. Gebruik van Vrienden op de Fietslocaties in Namen, Monthermé en Dun-sur-Meuse
  3. In Frankrijk weinig last van autoverkeer, auto’s houden ook afstand bij passeren
  4. Met e-bike word je zelfs na 100 km niet moe
  5. Prachtige landschappen in Frankrijk met veel ruimte
  6. Overnachting en eten in Dun-sur-Meuse
  7. Lange afdaling van Vennbahn richting Aken
Fietstocht negatieve ervaringen:
  1. GPS-info op VodF-website in Monthermé was foutief, daardoor 8 km teveel gefietst
  2. Hotel LOR’N in Vaucouleurs kon niet met chartale betaling omgaan
  3. Mijn dagafstanden waren soms te groot, waardoor vaak een lege accu
  4. Chateau-Salins had geen overnachtingsmogelijkheid en ook geen VVV, café-eigenaresse ook niet welwillend (acculaden)
  5. Esch-sur-Sure ligt te diep, te toeristisch, onvriendelijk hotel de la Sûre
  6. Geboekte kamer in Hotel Lindenhof was niet beschikbaar
  7. Bij te grote dagafstand risico op lege accu (Vaucouleurs, Weywertz)

Wat waren de mooiste onderdelen om te fietsen?

In België viel alles nogal tegen, behalve het stuk tussen Wanze en Nameche
In Frankrijk was alles langs de Maasroute erg afwisselend. Charleville-Mézières heb ik omzeild. Sedan was goed te doen. Verdun was moeilijk omdat er een doorgang bij een sluis was afgesloten.
Luxemburg was mooi om doorheen te fietsen.
Het was niet handig om door Esch-sur-Sûre te gaan. Deze plaats heeft weinig te bieden en je moet bij het verlaten een heel stuk omhoog lopen.

Hiermee beëindig ik mijn verslag van een korte fietstocht langs de Internationale Maasroute.

Ik wil graag enkele stukken nogmaals fietsen, evenals enkele delen die ik heb overgeslagen. Dit wil ik gaan doen zodra er geen lastige coronamaatregelen meer zijn. Het vervoer van de fiets op de trein is in Nederland momenteel ondoenlijk, vanwege noodzakelijke reservering per traject via internet. In Frankrijk is op de doorgaande verbindingen alleen transport met gedemonteerde en verpakte fietsen mogelijk. Conclusie is dat ik Hanneke moet vragen om mij deels te transporteren.